Zomer 1987 kwam Liesbeth Tsingos-Visser (54) naar Griekenland, voor een vakantie op de Sporaden. Ze wilde er even uit, even weg van het grijze weer in Nederland. Zo kwam het dat ze daar, op het eilandje Skopelos, zomaar onverwachts de man van haar leven ontmoette. Vangelis, oorspronkelijk afkomstig uit Athene, had zich op het strand van Gliferoni gevestigd en bezat er een huisje, een kantine en een vissersboot. Liesbeth en Vangelis besloten bij elkaar te blijven en bouwden in de loop der jaren samen een nieuw leven op, met een woonhuis, vier studio's en een vistaverne. Hoewel het niet altijd gemakkelijk was, kijkt Liesbeth toch tevreden op deze 20 jaar terug en is zij nog altijd heel gelukkig met haar leven in Griekenland.
Liesbeth, wat bevalt je zo goed in Griekenland?
Skopelos blijft een klein Grieks eilandje, maar we hebben een rijk leven. De natuur
is prachtig, het weer zoveel beter dan in Nederland. De mensen zijn openhartiger.
's Zomers hebben we het heel druk. Dan komt de wereld op bezoek in mijn huiskamer:
mensen komen eten in onze taverna of vakantie houden in onze studio's. De wintermaanden
verblijven we in Volos, een universiteitsstad aan zee, met het Pilion-gebergte in onze
rug. Hier kunnen we heerlijk naar de markt en naar het theater. Zo hebben we het beste
van twee plekken. Inmiddels is het, dankzij telefoon, internet en satelliettelevisie
natuurlijk ook veel gemakkelijker geworden om contact te houden met Nederland.
Dus alles is je meegevallen of waren er ook dingen waar je tegenaan liep?
Ja, de eerste jaren hebben we wel behoorlijk wat tegenwind gehad vanuit onze omgeving:
grensgeschillen, rechtszaken, discriminatie. Dat schijnt er allemaal bij te horen. Elke
nieuwkomer moet er rekening mee houden, dat het leven je niet gemakkelijk wordt gemaakt
als je iets in het toerisme gaat beginnen. Daar alle eilandbewoners van het toerisme
leven, zien ze een nieuwkomer die ook een stukje van de taart wil, als een bedreiging.
Waaruit bestond die tegenwerking dan?
In onze eerste jaren runden wij een kantine op het strand van Gliferoni, waar we
tussen de middag broodjes verkochten en frisdrank en ijsjes. Verder verhuurden we
strandstoelen en parasollen. Af en toe organiseerden we een barbecue 's avonds op
het strand. We hadden een gezellige zithoek gemaakt bij onze kantine in de schaduw
en aangezien we alletwee heel sociaal zijn en vreemde talen spreken, kwam men graag
bij ons. Kortom: de kantine liep als een trein. Dit tot grote ergernis van de taverna's
in de omgeving. Die hebben toen de koppen bij elkaar gestoken en besloten om ons uit
de markt te prijzen. Aangezien het strand elk jaar opnieuw wordt verpacht, gaat het
naar de hoogste bieder. Daar het maar een klein strand is, had nooit iemand anders
er belangstelling voor. Gelukkig waren wij van te voren op de hoogte gebracht en
hebben we de prijs flink opgedreven en zijn toen uitgestapt. Het was nu aan de anderen
om te bewijzen wat ze waard waren. Wij hebben dat jaar nog wel de strandstoelen-verhuur
gedaan en tegelijkertijd onze taverna geopend. Het is belangrijk om niet voor een gat
te vangen te zijn!
Hoe gingen jullie om met die tegenwerking?
Als geboren en getogen ruimdenkende Amsterdamse heb ik discriminatie voor het eerst
zelf aan den lijve ondervonden op Skopelos. Ik houd van lucht, zicht, breed en weids.
Maar hier zit men veelal met de luiken dicht en dat werkt door in de geest. Eilandbewoners
hebben van nature het gevoel dat dit stukje land in zee van hun is. Volgens mij is
dat niet zozeer een typisch Grieks verschijnsel, maar eerder een typisch eiland-verschijnsel.
Toch heb ik respect voor de bewoners en probeer altijd binnen het bestaande gegeven mijn
weg te vinden. Wij willen niemand schaden, wij willen dat onze gasten zich prettig voelen
op Skopelos en met de beste herinneringen weer naar huis gaan.
Hoe is het jullie uiteindelijk toch gelukt om een bedrijf op te bouwen?
In 1993 zijn we voorgoed overgestapt van kantine naar taverna. Met een paar aanpassingen
aan ons huis hebben we de vergunning gekregen en sindsdien hebben wij onze kleine
vis-taverna aan huis. Het kleine bootje werd een echte vissersboot compleet met vergunning.
Achteraf kunnen we de buurt alleen maar dankbaar zijn, want we zijn er al met al erg op
vooruit gegaan. Na die moeilijke beginperiode is er rust gekomen.
En wat de taal betreft, hoe is dat gegaan?
Toen ik hier kwam wonen, had ik de taal nog niet geleerd. Daar was geen tijd voor
geweest en dat bleek toch een behoorlijke handicap. Het is volgens mij van wezenlijk
belang om de taal van het land waar je woont zo snel mogelijk te leren. Dat helpt je
enorm bij het je ergens thuis voelen.
Voel je je nu helemaal thuis in Griekenland, of blijven er altijd dingen waar
je aan moet wennen?
Na zoveel jaren Griekenland kwan ik zeggen dat ik me kiplekker voel hier. Ik ben
zelfs op een punt gekomen dat ik op familiebezoek in Nederland, de kriebels krijg
van nieuwbouwwijken met busbanen, autostroken en fietspaden, en dat ik blij ben als
ik dan ergens Grieks hoor praten. Maar natuurlijk blijven er ook altijd zaken waaraan
het moeilijk wennen is. Bijvoorbeeld dat de Griek over het algemeen weinig gevoel
heeft voor privacy en veel behoefte aan 'parea' (gezelschap). Ik zelf heb grote
behoefte aan leefruimte en zal me nooit ongevraagd met een ander bemoeien. En een
ander punt is de belangrijke plaats die eten inneemt. Wat mij ook nog altijd
verbaast, is de grote invloed van de kerk op de staat. Zoiets als cremeren, wat nu
gelukkig als recht in de wet is aangenomen, is al die tijd door de kerk afgehouden.
Bij het installeren van een nieuwe regering wordt de eed nog steeds op de Bijbel
gezworen, volgens mij moet dit op de Grondwet.
Wil je nog iets zeggen aan andere nieuwkomers?
Ik wens iedereen die zich in Griekenland wil vestigen het allerbeste, kracht, moed
en doorzettingsvermogen en ik hoop dat iedereen zijn plek vindt en gelukkig zal zijn.
Maak er wat van, want hier is waar het nu het beste is!
Wilt u contact opnemen met Liesbeth en Vangelis, dan kan dat via hun website: www.taverna-romantica.eu.tp.